Zieke werkneemster in Hendrik-Ido-Ambacht


zogenaamd ziekNieuws Barendrecht – Zieke werkneemster. Dat de werkgevers altijd de lul zijn bij ziekte van een werkneemster/ nemer dat mag inmiddels wel duidelijk zijn. Door Asscher  zijn werkgevers twee jaar verplicht door te betalen want als je werkgever bent sterf je van de poen. Stel je eens voor: Ook bij een zogenaamde zieke werkneemster/ nemer die te lui is om te werken maar wel haar klauw omhoog houdt moet men elke maand gewoon overmaken ondanks dat deze de boel in de maling neemt. Maar wel soms wel 5 weken op vakantie, feest vieren, zuipen, zaterdag’s op hoge hakjes uitgaan en zwart werken, erg opmerkelijk. Maar dit kan en mag in Nederland. Stel je eens voor dat de werkgever hier beelden van heeft? De gang naar de rechter is dan het meest gangbare maar dit vergt een doeltreffende voorbereiding en kost tijd om alles zo dicht te timmeren dat deze werkneemster/ nemer geen kant meer op kan. Ondertussen kan de werkneemster/ nemer gewoon haar of zijn gang gaan. Hoe makkelijk dit gaat en hoe je op een zeer makkelijke manier de psychiater, arbo en bedrijfsarts om de tuin kan lijden en zogenaamd een burn out, ingegroeide teennagel, fibromyalgie kan faken laat het volgende artikel zien in “De Margriet.” Dus arboartsen opgelet.

Nog nooit verteld: ‘Zolang ik ‘ziek’ ben, kunnen ze me niet ontslaan’

Zieke werkneemster Barendrecht

Als Yasmijns angst dat ze wordt ontslagen werkelijkheid wordt, komen zij en haar vriend in grote financiële problemen. Daarom heeft ze zich voorlopig ziek gemeld.

“Voor mijn afspraak bij de bedrijfsarts, twee weken geleden, had ik me expres niet gedoucht. En ik had tot diep in de nacht een serie op Netflix zitten kijken, met dikke wallen tot gevolg. Ik zag er niet best uit, daar op die stoel bij de arts die mijn leven kan maken of breken. Ik trilde van de zenuwen, dat hoefde ik niet eens te spelen. Ik vertelde hem hoe moe en lusteloos ik mij voel. Ik lepelde wat details op, gehoord van een van mijn vriendinnen, die echt een burn-out heeft gehad. Over hoe ik laatst bij een film de bioscoop uit rende omdat ik in paniek raakte. Over hoe ik opzie tegen telefoontjes en boodschappen doen, en alleen mijn vriend maar om mij heen verdraag. Terwijl ik praatte, kneep de schaamte mijn keel dicht. Ik vind het afschuwelijk om de boel zo aan te zetten. Ik voel me niet goed, dat is waar, maar zo erg als ik het mijn bedrijfsarts voorspiegel, is het absoluut niet. Toch houd ik hem – én mijn huisarts én een psychiater – nu al maanden aan het lijntje en ook deze keer kwam ik ermee weg. ‘Sterkte hè,’ zei hij bij het afscheid. Zó hartverwarmend, dat ik mijn tranen bijna niet kon bedwingen. Ik voelde me intens slecht. Maar het is dít of veel grotere problemen.”

Peperduur droomhuis

“Toen mijn vriend en ik ons huis kochten, wisten we dat we fulltime moesten blijven werken om het te kunnen betalen. Dat vonden we geen probleem, we zijn beiden carrièrejagers en kinderen hebben we niet. En dit huis, een monumentaal pand met een gigantische tuin, was onze ultieme droom. We gingen ervoor, al zou driemaal op vakantie per jaar er niet meer in zitten. We knapten het huis op, staken er veel tijd en vooral heel veel liefde in. En we maakten er het paleisje van waarin we ons helemaal thuis voelden. Zeker mijn vriend, die nogal een rommelige jeugd heeft gehad, voelt zich er de koning te rijk. Ook ik ben er gelukkig. Of nou ja: dat wás ik. Met alle problemen die er nu spelen kan ik er niet meer van genieten. Ons peperdure huis is een bron van zorg geworden. Twee jaar geleden wisselde mijn vriend van baan. Door onvoorziene tegenslagen liep het mis bij zijn nieuwe werkgever. Opeens kelderde ons inkomen en het beetje spaargeld dat we nog over hadden, ging er in korte tijd doorheen. Net voordat het echt nijpend werd, vond hij een nieuwe baan. Gelukkig, want ik had het flink benauwd gehad in die periode. Ik besefte opeens hoe vast we zaten. En ons huis verkopen kan niet eens. Doordat het flink in waarde is gedaald, zouden we dan meteen forse restschuld blijven zitten. Nee, het is zaak dat we alles op de rit houden.”

‘De bedrijfsarts, mijn huisarts, de psychiater… Iedereen trapt in mijn toneelspel’

Reorganisatiestress

“Vervolgens kwam er ook onzekerheid over míjn baan. Er werd een reorganisatie aangekondigd en ik schoot meteen in de stress. Hoewel ik al jaren bij dat bedrijf werk en zeer word gewaardeerd, wist ik dat mijn functie onder vuur zou komen te liggen als er moest worden bezuinigd. En daarmee dus ook mijn huis, mijn rust en zelfs mijn relatie, want ik ben ervan overtuigd dat mijn vriend eraan kapot zal gaan als we moeten verhuizen. Ik besloot uit voorzorg alvast te gaan solliciteren. Als ik iets anders vond, was het hele probleem opgelost. Maar hoewel ik goed ben in mijn werk, lukte het niet om iets te vinden. Altijd waren er andere kandidaten die ook goed waren – én jonger. Ik raakte in de put van de zorgen en sliep slecht. vriendin die dat heeft gehad. De spanning op mijn werk nam toe en een maand voordat de reorganisatieplannen zouden worden aangekondigd, besloot ik tot een noodgreep, zodat ik, hopelijk, extra beschermd zou zijn tegen ontslag. Ik meldde mij ziek. Overigens niet voordat ik op mijn werk in tranen was uitgebarsten. Dat was geen aanstellerij. Ik liep écht op mijn tenen en toen een collega onverwacht een kattige opmerking maakte, kwamen de tranen vanzelf. Ik had best een rondje kunnen gaan lopen buiten en dan weer verder kunnen gaan met mijn werk. In plaats daarvan ging ik snikkend naar mijn chef en zei dat ik naar huis wilde.”

Toneeltalent

“En daar zit ik nog steeds, nu al bijna vijf maanden. Zowel mijn huisarts als de bedrijfsarts stelde een zware burn-out vast. Ik had mij dan ook goed ingelezen en kennelijk heb ik talent voor toneelspel. In de eerste maand wist ik mezélf er bijna van te overtuigen dat het had. Inmiddels weet ik beter: ik ben in paniek, zit niet goed in mijn vel, maar in wezen is er niets met mij aan de hand. Ik zit de boel gewoon te flessen. En dat moet zo snel mogelijk voorbij zijn. Ik ben druk bezig met zoeken naar een andere baan, al ben ik als de dood dat mijn werkgever dat zal ontdekken. Tot nog toe is het nergens raak, al ben ik wel een paar keer uitgenodigd op gesprek. Telkens had ik hoop; als ik word aangenomen kan ik stoppen met deze tenenkrommende komedie. Ik voel me eenzaam en mis mijn werk, mijn collega’s, de uitdaging. Ik voel me gevangen en kan dit bovendien niet eeuwig volhouden. Het is een kwestie van tijd of ik moet gaan re-integreren. Het is een sowieso een wonder dat ze me al zo lang met rust laten. Als ik ander werk vind, hoef ik ook mijn omgeving niets meer op de mouw te spelden en me niet meer zo enorm te vervelen thuis. Ja, ik hoop dat ik snel iets anders vind. Iets wat bij me pasten goed betaalt. Dan komt er een einde aan deze periode waar ik me diep voor schaam.”

Tekst | Lydia van der Weide
Foto | iStock

De namen in deze tekst zijn vanwege privacyredenen gefingeerd. Ook (anoniem) een geheim delen? Er wordt integer en vertrouwelijk met je bericht omgegaan. Mail naar Lydia van der Weide: redactie@margriet.nl.

Dit is afkomstig uit Margriet 2017-12. Deze editie nabestellen? Dat kan via Tijdschrift365.nl.

Hoe dan ook. Alle zieke werkneemsters luisteren ook naar Radio Am5. Hendrik – Ido – AmbachtBarendrechtZieke werkneemster Hendrik Ido AmbachtZwart knippen Hendrik – Ido – Ambacht